Voortgezet onderwijs
print
PO-raad, VO-raad en Stichting Reprorecht hebben overeenstemming bereikt over een nieuwe reprorechtregeling voor het primair en voortgezet onderwijs.
In het onderwijs wordt gekopieerd uit publicaties waarop auteursrecht rust. Hiervoor int Stichting Reprorecht de verschuldigde vergoeding. De hoogte van de vergoeding is gebaseerd op onderzoek, het wettelijk tarief per gekopieerde pagina en afspraken met de betreffende brancheorganisatie. De geïnde vergoedingen worden jaarlijks uitgekeerd aan auteurs en uitgevers. Zo ontvangen zij een compensatie voor het hergebruik van hun publicaties bij scholen en kunnen zij hun werk blijven doen.
In 2008 heeft Stichting Reprorecht contact gezocht met de besturenorganisaties en (later) de PO-raad en VO-raad. Dit om samen een gedegen onderzoek te laten uitvoeren naar de omvang van het gebruik van publicaties waarop auteursrecht rust en de afspraken daarop aan te passen. Naast kopiëren werd ook digitaal gebruik gemeten. De uitkomsten laten zien dat bij onderwijsinstellingen meer dan vroeger uit auteursrechtelijk beschermd werk (digitaal) wordt gekopieerd.
Dit betekent dat de vergoedingen van de bestaande regeling (die dateert uit het begin van de jaren ’90) niet meer aansloten bij het werkelijke hergebruik van het onderwijs. Op grond van de onderzoeksresultaten bedragen vergoedingen per leerling in het primair onderwijs € 1,06 en in het voortgezet onderwijs € 2,20. Ten opzichte van de oude bedragen is er sprake van een forse stijging. Daarbij moet wel worden bedacht, dat sedert het begin van de vorige regeling er geen sprake is geweest van enige vorm van prijscompensatie.
Bedongen korting
Het onderzoek en het vaststellen van deze nieuwe regeling hebben de facturatie daarvan echter vertraagd. Om scholen niet plotseling te confronteren met een aanzienlijke kostenstijging, is een overgangsregeling afgesproken: de facturatie van 2009-2010 wordt opgesplitst in twee termijnen en scholen krijgen fikse kortingen over 2009-2010 en 2010-2011. Daarnaast hebben PO-raad en VO-raad vanaf 2011-2012 een structurele korting bedongen van 35%. Voor scholen die niet instemmen met de regeling vervalt de korting. Zij zullen met een eigen onderzoek hun feitelijk gebruik van auteursrechtelijk werk moeten aantonen.
In de onderstaande tabel vindt u de bedragen per leerling en de verleende korting per jaar voor het kopiëren van papier naar papier:
Facturering
De eerste factuur voor het schooljaar 2009-2010 is nog gebaseerd op het bedrag per leerling dat in de oude regeling werd gehanteerd. Voor het gemeten toegenomen gebruik ontvangen onderwijsinstellingen in oktober 2010 een aanvullende factuur. In maart 2011 verstuurt Stichting Reprorecht de factuur voor 2010-2011. Vanaf oktober 2011 worden alle onderwijsinstellingen zoals gebruikelijk weer jaarlijks in oktober gefactureerd. Stichting Reprorecht betrekt de leerlinggegevens bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (voorheen Cfi), een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.
Digitaal kopiëren
Digitaal kopiëren is nog niet opgenomen in de nieuwe regeling. Hierover wordt de komende tijd nog verder gesproken tussen de betrokken partijen. Als hierover overeenstemming wordt bereikt, kan ook digitaal gebruik van werken waarop auteursrecht rust in deze regeling worden opgenomen. We vragen u er daarom rekening mee te houden dat hiervoor in de toekomst mogelijk een beperkte verhoging van de vergoeding wordt berekend.
Alle partijen zien de redelijkheid in van de nieuwe regeling. Er is een goede balans gevonden tussen de belangen van scholen en rechthebbenden. Meer informatie over de regeling vindt u bij de rubriek ‘veelgestelde vragen’.
In het onderwijs wordt gekopieerd uit publicaties waarop auteursrecht rust. Hiervoor int Stichting Reprorecht de verschuldigde vergoeding. De hoogte van de vergoeding is gebaseerd op onderzoek, het wettelijk tarief per gekopieerde pagina en afspraken met de betreffende brancheorganisatie. De geïnde vergoedingen worden jaarlijks uitgekeerd aan auteurs en uitgevers. Zo ontvangen zij een compensatie voor het hergebruik van hun publicaties bij scholen en kunnen zij hun werk blijven doen.
In 2008 heeft Stichting Reprorecht contact gezocht met de besturenorganisaties en (later) de PO-raad en VO-raad. Dit om samen een gedegen onderzoek te laten uitvoeren naar de omvang van het gebruik van publicaties waarop auteursrecht rust en de afspraken daarop aan te passen. Naast kopiëren werd ook digitaal gebruik gemeten. De uitkomsten laten zien dat bij onderwijsinstellingen meer dan vroeger uit auteursrechtelijk beschermd werk (digitaal) wordt gekopieerd.
Dit betekent dat de vergoedingen van de bestaande regeling (die dateert uit het begin van de jaren ’90) niet meer aansloten bij het werkelijke hergebruik van het onderwijs. Op grond van de onderzoeksresultaten bedragen vergoedingen per leerling in het primair onderwijs € 1,06 en in het voortgezet onderwijs € 2,20. Ten opzichte van de oude bedragen is er sprake van een forse stijging. Daarbij moet wel worden bedacht, dat sedert het begin van de vorige regeling er geen sprake is geweest van enige vorm van prijscompensatie.
Bedongen korting
Het onderzoek en het vaststellen van deze nieuwe regeling hebben de facturatie daarvan echter vertraagd. Om scholen niet plotseling te confronteren met een aanzienlijke kostenstijging, is een overgangsregeling afgesproken: de facturatie van 2009-2010 wordt opgesplitst in twee termijnen en scholen krijgen fikse kortingen over 2009-2010 en 2010-2011. Daarnaast hebben PO-raad en VO-raad vanaf 2011-2012 een structurele korting bedongen van 35%. Voor scholen die niet instemmen met de regeling vervalt de korting. Zij zullen met een eigen onderzoek hun feitelijk gebruik van auteursrechtelijk werk moeten aantonen.
In de onderstaande tabel vindt u de bedragen per leerling en de verleende korting per jaar voor het kopiëren van papier naar papier:
| Periode | Korting | Bedrag per leerling per jaar |
| 2009-2010 | 50% | € 1,10 |
| 2010-2011 | 40% | € 1,32 |
| 2011-2012 en verder | 35% | € 1,42 |
Facturering
De eerste factuur voor het schooljaar 2009-2010 is nog gebaseerd op het bedrag per leerling dat in de oude regeling werd gehanteerd. Voor het gemeten toegenomen gebruik ontvangen onderwijsinstellingen in oktober 2010 een aanvullende factuur. In maart 2011 verstuurt Stichting Reprorecht de factuur voor 2010-2011. Vanaf oktober 2011 worden alle onderwijsinstellingen zoals gebruikelijk weer jaarlijks in oktober gefactureerd. Stichting Reprorecht betrekt de leerlinggegevens bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (voorheen Cfi), een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.
Digitaal kopiëren
Digitaal kopiëren is nog niet opgenomen in de nieuwe regeling. Hierover wordt de komende tijd nog verder gesproken tussen de betrokken partijen. Als hierover overeenstemming wordt bereikt, kan ook digitaal gebruik van werken waarop auteursrecht rust in deze regeling worden opgenomen. We vragen u er daarom rekening mee te houden dat hiervoor in de toekomst mogelijk een beperkte verhoging van de vergoeding wordt berekend.
Alle partijen zien de redelijkheid in van de nieuwe regeling. Er is een goede balans gevonden tussen de belangen van scholen en rechthebbenden. Meer informatie over de regeling vindt u bij de rubriek ‘veelgestelde vragen’.